Jip Lensink uit Bathmen onderzocht de toekomst van fanfares in Oost Nederland

Fanfare Orpheus repeteert.

Fanfare Orpheus repeteert.

Door Evert van de Weg.

BATHMEN – “Van huis uit heb ik van jongs af aan interesse voor muziek gehad, ook al omdat mijn moeder bij Orpheus muziek heeft gemaakt, maar vooral omdat mijn opa me enkele keren de film Fanfare van Bert Haanstra heeft laten zien. Hij was helemaal verrukt van die film en zo maakte hij mij ook enthousiast”, zegt de Bathmense Jip Lensink.

Toen ze na haar VWO opleiding in Deventer aan de Universiteit van Utrecht Culturele Antropologie ging studeren, was het onderwerp voor een onderzoek dan ook niet zo moeilijk. Dat werd ‘Fanfares als immaterieel Erfgoed in Oost Nederland’, met als ondertitel ,”

‘De fanfare mot blieven, die mag nit vot’. Die ondertitel ontleende ze aan een gesprek met een musicus bij één van de onderzochte fanfares. In haar onderzoek onderzocht ze de huidige positie en de toekomstverwachtingen van de fanfares Beatrix uit Lettele/Okkenbroek, Orpheus uit Bathmen en de Eendracht uit Aalten.

Als ik Jip spreek op een zonnig terras in Bathmen, is ze net terug van een vijf maanden lange stage in Bergen, Noorwegen. Ook daar heeft ze het niet kunnen laten in de lokale muziekcultuur te duiken via een onderzoeksprojectje over het Bergens Filharmonisch Orkest.

Voor haar onderzoek in Nederland heeft ze aan het eind van 2015 de drie betrokken fanfares regelmatig bezocht en geobserveerd tijdens repetities, optredens, maar ook op concoursen. Jip Lensink: “In totaal heb ik 37 mensen gesproken met een aantal onderzoeksvragen die ik had. Het ging er mij vooral om hoe de fanfares zelf tegen hun positie in de tegenwoordige maatschappij aankijken en in hoeverre ze zichzelf beschouwen als een uiting van immaterieel erfgoed, dat behouden moet blijven. Ik moet zeggen dat de medewerking aan mijn onderzoek heel groot was. De mensen die ik sprak werkten allemaal enthousiast mee. Ze willen kennelijk allemaal het beste voor hun orkest en zijn erg gemotiveerd voor hun grote hobby.”

Fanfares hebben al een lange geschiedenis. Ze speelden en spelen nog altijd een belangrijke rol bij tal van evenementen in dorpen en steden. Fanfares zijn daardoor cultureel erfgoed geworden, ook al omdat ze zo’n bindende factor tussen verleden en heden vormen in gemeenschappen. Jip Lensink: “Ik was er met mijn onderzoek bij Orpheus, Beatrix en de Eendracht op uit om zicht te krijgen op de toekomst van deze vorm van muziek maken, te kijken welke bedreigingen er voor de fanfares zijn en hoe ze daarmee omgaan. Gedragen ze zich als dragers van cultureel erfgoed, krijgen ze die erkenning, wat is hun identiteit en zorgen ze echt voor sociale binding?”

Uit het onderzoek van Jip werd heel duidelijk, dat er voor de toekomst van de fanfares veel afhangt van de mate waarin jongeren bij de fanfares betrokken kunnen worden. Verschillende fanfares gaan anders met de uitdagingen om. Jip Lensink: “Zowel de Eendracht in Aalten als Orpheus in Bathmen hebben een actief jeugdbeleid, waarbij zelfs opleidingsorkesten horen en een intensieve samenwerking met de basisscholen in het dorp en muziekscholen in de regio. Bij fanfare Beatrix in Lettele/Okkenbroek ontbreekt dat grotendeels. Je vindt dat terug in de samenstelling van de drie fanfares. Bij de Eendracht in Aalten bestaat het merendeel juist uit jeugdleden, bij Orpheus in Bathmen is er een redelijk gezonde mix van leeftijden, maar bij Beatrix in Lettele/Okkenbroek zijn er nauwelijks jeugdleden.”

Jip Lensink zag, dat de toekomstgerichte fanfares ook pogen met een andere presentatie, zoals moderne pakken naast uniformen en een ander repertoire het wat stoffige imago af te schudden. Uitspraken van muzikanten van Orpheus over hun rol zijn tekenend: “Een fanfare hoort er te zijn in een dorp, anders mis je een stuk cultuur. Onze vaste kern wordt doorgegeven en beweegt mee in de tijd. De fanfare zorgt voor een bepaalde connectie met elkaar.”

 

ONDERSCHRIFT FOTO:

Fanfare Orpheus repeteert.